Bedrijventerreinen vol energie: succesverhalen en getrokken lessen

Op dinsdag 23 september organiseerde Circular samen met Interleuven en de rest van het LOGES consortium een werfbezoek aan het bedrijventerrein Keiberg-Vossem, waar heel binnenkort een warmtenet met warmteopslagsysteem in gebruik genomen wordt, gevolgd door een workshop over collectieve energie op bedrijventerreinen. Met een geëngageerde groep van ongeveer 30 deelnemers werd het een boeiende dag. In deze blog post vatten we onze take-aways samen. Enjoy!

Warmte-opslag met HoCoSto en keuzes maken

De dag ging van start met een korte toelichting van het HoCoSto systeem [link] dat geïnstalleerd werd op het bedrijventerrein in Tervuren, een terrein dat nog in volle ontwikkeling is. Het modulaire systeem van seizoensopslag samen met warmtevoorziening op basis zonnecollectoren, restwarmte en warmtepompen op zonne-energie laat toe om, in de woorden van HoCoSto, ‘warmte en koude te maken als het kan, niet als het moet’. Dit moet onder andere bijdragen tot het beter benutten van de netaansluiting, iets wat voor het Nederlandse bedrijf in het thuisland natuurlijk al langer speelt. In dat kader werd zelfs gesteld dat bedrijven bij onze noorderburen voor hun fossielvrije warmtevoorziening steeds minder kijken naar de business case van de warmtevoorziening (of -opslag) op zichzelf. Hernieuwbare warmtevoorziening met minimale belasting voor het elektriciteitsnet wordt gezien als een integraal deel van eventuele uitbreidingen of opschalingen en wordt dan ook meegenomen in die context.

Een interessante discussie tijdens het werfbezoek ontstond ook rond het potentieel van de waterbuffer op het terrein: waarom worden hier geen bijkomende (drijvende) zonnepanelen op geplaatst? Op dit moment maakt Interleuven de keuze voor ecologische en visuele meerwaarde en blijft het wateroppervlak van de buffer zichtbaar, onder meer omdat er meer dan voldoende (dak)oppervlak beschikbaar is om de voorziene verbruiken af te dekken. De discussie toont wel aan dat, in een dichtbebouwd Vlaanderen, ook ontwikkelaars en beheerders van bedrijventerreinen goed moeten nadenken over hoe de beperkte oppervlakte benut wordt. Ecologische en energetische aspecten van duurzaamheid gaan hierbij niet altijd hand in hand.

     

De Hurk, Keiberg-Vossem en Terbekehof: hoe krijgen we collectieve energie werkend?

Na een verplaatsing naar het congrescentrum van het Afrikamuseum en een broodjeslunch kregen de deelnemers een aantal interessante cases voorgeschoteld. Een eerste was het grootste industrieterrein van Eindhoven, De Hurk, waar sinds de sterke professionalisering van de collectieve organisatie van het terrein ook energie hoog op de agenda staat. (Opnieuw) gedreven door de netcongestieproblematiek wordt met een koplopersgroep en DSO Enexis gekeken naar groepstransportovereenkomsten en andere collectieve oplossingen. Uit de verkennende analyses die in dit traject al werden uitgevoerd, bleek dat een collectieve aansturing een 18% lagere piekbelasting zou kunnen geven. Het potentieel is er dus zeker, maar na een traject van 3 jaar is de bottleneck van het moment niet zozeer het technische aspect, maar eerder de aansprakelijkheid en verzekerbaarheid van een collectieve oplossing voor elektriciteit. Deze uitdaging kwam overigens op het recente afsluitevent van het Belgische Ecoflex project [https://rewan.be/en/feedback-ecoflex-final-event-september-11-2025/] ook naar voor. De oplossing kan liggen in duidelijke contracten (wie is verantwoordelijk voor welk risico) en in het gebruik maken van bijvoorbeeld garantiefondsen, maar moet volgens Geri Wijnen van De Hurk Werkt! [link] vooral ook op nationaal niveau komen.

In een tweede bijdrage werd dieper ingegaan op de juridische en financiële constructie die opgericht werd voor het beheer van het eerder bezochte bedrijventerrein Keiberg-Vossem: LOCO. Deze LOkale COöperatie is een coöperatieve vennootschap waarin Interleuven en de (toekomstige) bedrijven gevestigd op het terrein het collectieve management van een aantal zaken onderbrengen. In eerste instantie gaat het om water, dat op de site zelf opgevangen, gebufferd, gezuiverd en verdeeld wordt. De ambitie is dat de CV op termijn ook de warmteopwek en -distributie van intercommunale Interleuven, die het bedrijventerrein ontwikkelt, overneemt. Hoe dan ook is de doelstelling om de vennootschap zo op te zetten dat de samenwerking een duidelijk voordeel oplevert voor de bedrijven. Het voorzien van financiële incentives voor het stimuleren van het juiste collectieve gedrag maakt daar een belangrijk deel van uit. Als extra tip voor de financiële kant werd nog meegegeven om een deel van de investeringskost (voor bijvoorbeeld een warmtenet) door te rekenen in een prijs per vierkante meter bij aankoop van een plot op het terrein, in plaats van te verrekenen in een component op basis van verbruik. Op die manier krijgen bedrijven de duidelijkheid dat ze een stuk grond kopen met toegang tot bepaalde dienstverlening en is de investeerder minder afhankelijk van een eventueel verkeerde inschatting van afgenomen water, elektriciteit of warmte.

De laatste presentatie van de dag kwam van de Provinciale Ontwikkelmaatschappij (POM) Antwerpen. In de strategie van de POM is energiedelen in verschillende vormen een laatste stap in een reeks. Energie-efficiëntie binnen een bedrijf komt eerst, gevolgd door het installeren van bijkomende hernieuwbare energie en het zoveel mogelijk benutten ervan door het bedrijf zelf. Eerst achter de meter dus, daarna indien mogelijk energiedelen. Dát het mogelijk is, werd aangetoond met operationele data van bedrijventerrein Terbekehof en met analyses voor terreinen in Schoten, Kalmthout en Lier. Het besparingspotentieel blijkt groot!

       

Collectieve energie vraagt collectieve organisatie

Ook uit het panelgesprek en de discussie achteraf zijn een aantal interessante lessen te trekken. Een typisch profiel van bedrijven die mee willen stappen in een collectief verhaal lijkt er niet te zijn, maar een aantal belangrijke factoren werden wel benoemd. Zo kan ‘de juiste persoon op de juiste plaats’ een belangrijke rol spelen: iemand die echt geïnteresseerd is in verduurzaming en de juiste rol binnen een bedrijf heeft (bedrijfsleider of midden management) kan een sleutelfiguur worden. Ook betrokkenheid met de locatie of de omgeving, iets wat voor veel familiebedrijven geldt, is een factor. Meer algemeen zijn het natuurlijk de financiële (hoeveel levert dit mijn bedrijf op) en wetgevende (bijvoorbeeld CSRD-wetgeving) drivers die bedrijven over de streep kunnen halen. Daarbij kwam uit het publiek ook nog de opmerking dat bedrijven en ondernemers gerust willen investeren, maar dat ze dan ook graag mee richting willen kunnen geven aan die investering. Bij het opzetten van collectieve dienstverlening is het dus belangrijk om bedrijven die mee financieren (op welke manier dan ook) voldoende zeggenschap te garanderen: ze leggen geld bij voor het ontwikkelen van een collectief (energie)systeem, dus willen ze ook iets te zeggen hebben over hoe dat geld besteed wordt en hoe het systeem beheerd wordt. Een coöperatieve vennootschap lijkt hier in de meeste gevallen de aangewezen vennootschapsvorm te zijn, omdat die zeggenschap op een transparante manier faciliteert en ook het vertrouwen tussen de samenwerkende partijen bevordert.

Over de combinatie van elektriciteit en warmte (het LOGES project gaat tenslotte over geïntegreerde energiesystemen) waren de sprekers het eens: dat niveau van complexiteit is voor deelnemende bedrijven op dit moment nog een stapje te ver. Het collectief organiseren van energie op bedrijventerreinen lijkt een proces van lange adem te zijn, en dan begin je maar beter klein. Tenzij er eerder in een andere context al stappen gezet zijn natuurlijk. De aanwezigheid van een bedrijventerreinvereniging of andere vorm van collectieve organisatie maakt het gemakkelijker om meteen grotere ambitie aan de dag te leggen. Jammer genoeg leerden we ook dat dat maar voor bijvoorbeeld 20% van de bedrijventerreinen in Nederland het geval is.

Afsluiten deden we nog met een versnapering en een netwerkgelegenheid. Met Circular en voor het LOGES project nemen we vooral mee dat de organisatie van collectieve energie op bedrijventerreinen een groot potentieel biedt, meer dan er grote struikelblokken zijn. Een positief besluit voor de energietransitie!

Voor het LOGES project ontvangt Circular steun van de volgende instanties:

Contacteer ons

Circular Bv
Kompasplein 20, bus 904, 9000 Gent
BE 0772907876

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
By subscribing you agree to our privacy policy
Circular